Psychische klachten zorgmedewerker

Psychische klachten

Een zorgmedewerkster loopt psychische klachten op na agressie van bewoners van de zorginstelling. De werkneemster claimt bij de zorginstelling.


Het gebeuren

Twee bewoners van de zorginstelling hebben een handgemeen gehad. De zorgmedewerkster stelt dat de agressie van beide bewoners ook tegen haar was gericht. De psychische klachten van de werkneemster vloeien hieruit voort en niet zozeer uit alleen de waarneming van het gevecht. Zij geeft aan dat zij aan de haren is getrokken, op de grond geduwd, gekrabd en gebeten werd. Haar verklaringen zijn echter niet consistent.

De zorgmedewerkster stelt zich op het standpunt dat zij schade heeft geleden in de uitoefening van haar werk en spreekt de zorginstelling aan.


Kantonrechter

De kantonrechter oordeelt dat de werkneemster niet geslaagd is in het bewijs van haar stelling.

  1. Het is onvoldoende duidelijk wat er nu precies is gebeurd. Er waren geen getuigen. De werkneemster heeft wellicht zelf verklaard. Dit is een zgn. partijgetuigenverklaring. Een dergelijke verklaring kan strekken tot aanvullend bewijs. De kantonrechter oordeelt echter dat de tegenstrijdige verklaringen van de werkneemster niet kunnen dienen als aanvullend bewijs.
  2. Zelfs indien vaststaat dat het incident is gebeurd zoals de werkneemster stelt dan nog is zij niet geslaagd in de bewijslevering. Het is niet voldoende aannemelijk gemaakt dat de  psychische klachten zijn veroorzaakt door het voorval. Weliswaar wordt het voorval genoemd in diverse rapportages van huisarts en GZ psycholoog. Echter een zelfstandig oordeel van de behandelaren ontbreekt. Een mogelijk causaal verband tussen de klachten en het incident ontbreekt.

Volgens de kantonrechter heeft de werkneemster niet bewezen dat zij schade heeft geleden in de uitoefening van haar werk en wijst de vorderingen van de werkneemster af.


Conclusie

In deze kwestie struikelt de vordering o.a. op het causaal verband. De psychische klachten worden wel erkend door de kantonrechter. Er volgt nl. consequent uit de medische rapportages dat de werkneemster kampt met ernstige psychische problematiek. Dat deze problematiek te maken heeft met het incident is niet bewezen, aldus de kantonrechter. Dit wordt alleen gesteld door de werkneemster en overgenomen door de huisarts en psycholoog. Een zelfstandig oordeel van de huisarts en psycholoog ontbreken. In het voordeel van de werkneemster was het dan ook beter geweest haar vordering te onderbouwen met oordelen uit de behandelend sector. Beter nog een onafhankelijke expertise waarin duidelijke antwoorden komen over de relatie tussen de klachten en het incident.

Volledige uitspraak  ECLI:NL:RBROT:2022:6088

Edith de Koning

Edith de Koning-Witte

Werkgevers aansprakelijkheid voor bedrijfsuitje

Bedrijfsuitje sportdag

Werkneemster loopt knieletsel op tijdens jaarlijkse sportdag van het bedrijf. Is de werkgever aansprakelijk?

Uitnodiging sportdag

De medewerkers van het bedrijf zijn uitgenodigd voor een jaarlijkse sportdag. De sportdag wordt georganiseerd door de werknemers. De activiteiten bestaan onder andere uit het spelen van trefbal, touwtrekken, vier op een rij en zaklopen. Dit was besproken met – en goedgekeurd door het management van het bedrijf.

Het gebeuren

De werkneemster heeft deelgenomen aan de sportdag. Bij het spelen van trefbal is een collega schuin naar achteren gekomen en tegen de knie van de werkneemster gebotst. Het gevolg was een kniefractuur. Werkneemster is geopereerd waarbij fixatiemateriaal is geplaatst.

De werkneemster stelt haar werkgever aansprakelijk.

Wettelijk kader

Een werkgever is aansprakelijk voor schade die een werknemer in de uitoefening van zijn/haar werkzaamheden lijdt. De werkgever is niet aansprakelijk als hij aan kan tonen dat hij aan zijn wettelijke zorgplicht heeft voldaan. De werkgever is verplicht de veiligheid en gezondheid van zijn werknemer te beschermen. Een werkgever zal voldoende specifieke maatregelen moeten nemen om onveilige situaties te voorkomen.

Volgens werkneemster is er sprake van schending zorgplicht

Werkneemster stelt dat zij in de uitoefening van haar werkzaamheden schade heeft geleden en haar werkgever de op haar rustende zorgplicht heeft geschonden:

  • Werkgever had moeten zorgen voor een geschikte ondergrond om trefbal te spelen.
  • Werkgever had personeel moeten verplichten geschikte schoenen en kleding te dragen.
  • Werkgever had deugdelijke en effectieve instructies moeten geven en toe moeten zien op de naleving daarvan.

Reactie werkgever

  • Er is geen sprake van een ongeval in de uitoefening van werkzaamheden.
  • Niet tekortgeschoten op haar rustende zorgplicht.
  • Er was sprake van een huis-, tuin- en keukenongeval dan wel een ongelukkige samenloop van omstandigheden.
  • Trefbal is te zien als een alledaagse activiteit.

Oordeel rechter

Uit onderzoek blijkt dat het organiseren van de jaarlijkse sportdag ten doel had de onderlinge band en teamspirit tussen werknemers te versterken. Het diende hiermee het bedrijfsbelang.

Deelname aan de sportdag was niet verplicht. Echter het is  voldoende aannemelijk geworden dat werknemers het in ieder geval als een sociale verplichting ervaren. Het werd vanuit de werkgever als zeer wenselijk gezien. Volgens de rechter heeft de werkneemster heeft dan ook schade opgelopen in de uitoefening van haar werkzaamheden.

Trefbal is geen alledaagse activiteit. Er bestaat een groter risico op vallen of letsel dan bij de zogenaamde huis-, tuin- en keukenongevallen.

Er rust dus een zorgplicht op de werkgever.

Vast staat dat er enige uitleg is gegeven over het spelen van trefbal. Hierna vond het plaats op een parkeerplaats.  De rechter acht een parkeerplaats niet de meest aangewezen plek voor trefbal. Van de werkgever had op zijn minst verwacht mogen worden te zorgen voor beschermend materiaal en/of voor sportieve activiteiten geschikte ondergrond.

De werkgever heeft niet voldaan aan haar zorgplicht en zal de materiele en immateriële schade van de werkneemster moeten vergoeden.

Edith de Koning

Edith de Koning-Witte

Duik in ondiep water met helaas als gevolg een dwarsleasie. Is de schade verhaalbaar of is er sprake van eigen schuld?

Wat is er gebeurd?

Vier vrienden gaan met de boot naar een recreatiemeer. Zij leggen de boot aan een kade vlakbij een gemarkeerd zwemstrandje. Eén van de mannen neemt een aanloop vanaf de kade en duikt het [ondiepe] water in. Als gevolg van de duik loopt hij een hoge dwarsleasie op. Hij is verlamd vanaf zijn schouders naar beneden en rolstoelafhankelijk. Ten tijde van het ongeval was hij 20 jaar oud.

Aansprakelijkstelling

Het slachtoffer stelt de provincie als beheerder en toezichthouder aansprakelijk. Zij zouden niet hebben voldaan aan hun zorgplicht om voor een veilig zwemwater te zorgen.  En tevens stelt het slachtoffer het recreatieschap Alkmaarder en Uitgeestermeer, RAUM genaamd, aansprakelijk.

Volgens het slachtoffer zijn er onvoldoende maatregelen genomen ter voorkoming van springen en/of duiken in het ondiepe water vanaf de kade waar het ongeval heeft plaatsgevonden. RAUM en de provincie hebben hiermee gevaar scheppend gehandeld. 

Standpunten

[De verzekeraar van] RAUM heeft na onderzoek erkend dat er onvoldoende voorzorgsmaatregelen waren getroffen om het ongeval te voorkomen. Zij erkent aansprakelijkheid. Daarbij geeft zij wel aan dat haar vergoedingsplicht niet hoger is dan 50% van de schade. Het slachtoffer zou namelijk ook eigen schuld aan het ongeval hebben gehad. Het slachtoffer is hiermee niet akkoord. De verzekeraar heeft, namens RAUM, nog een minnelijk bod gedaan om 80% van de schade te vergoeden.

Het slachtoffer kan zich echter niet vinden in het eigen schuld verweer en stapt naar de rechter. Hij vordert volledige vergoeding van de schade. Hij stelt hierbij dat zowel RAUM als de provincie hoofdelijk aansprakelijk zijn.

Uitspraak rechter

De rechtbank ziet geen belang  bij een procedure tegen de provincie nu RAUM al aansprakelijkheid heeft erkend. De discussie richt zich op het percentage eigen schuld.

De rechtbank gaat uit van 50%  aansprakelijkheid voor RAUM, echter vanwege de billijkheidscorrectie verhoogt de rechtbank dit met 30%. Geen volledige vergoeding dus zoals was gevorderd.

Ook de rechter meent dat met de impulsieve duik zonder te kijken er een eigen schuld percentage is voor het slachtoffer. Hij mocht er niet zonder meer vanuit gaan, dat het water overal diep genoeg was om te duiken. Temeer nu het  Alkmaarder- en Uitgeestermeer zo’n 700 hectare beslaat.

Wel meent de rechtbank dat hier plaats is van een correctie op basis van :

  • Het zeer ernstig letsel op jonge leeftijd
  • De over en weer gemaakte fouten
  • Het feit dat RAUM voor dergelijke zaken is verzekerd.

Uiteindelijk komt de rechter op 80% schadevergoeding.

Conclusie

Op grond van billijkheid wordt aldus het percentage schadevergoeding gecorrigeerd, in deze zaak tot 80%.  Hetgeen overigens de verzekeraar ook buitengerechtelijk had aangeboden. Nu het belang van het slachtoffer groot is, is het begrijpelijk dat hij 100% bij de rechter heeft gevorderd.

Eigen schuld speelt echter wel degelijk een rol in dergelijke zaken. Het percentage dat vergoed moet worden aan het slachtoffer kan echter hoger uitvallen dan de mate van aansprakelijkheid en eigen schuld  o.a. vanwege de ernst van het letsel.

Lees hier de volledige uitspraak

Edith de Koning

Edith de Koning-Witte

Gevolgen gemiste diagnose kanker

Zou patiënt overlevingskansen hebben gehad indien hij juist was behandeld door zijn artsen?

Onzorgvuldig handelen van de arts staat vast, namelijk het missen van de diagnose longkanker met uitzaaiingen. Maar wat waren de gevolgen hiervan?

Nabestaanden stellen dat het ziekenhuis gehouden is tot betaling van de overlijdensschade conform het percentage aan overlevingskans.

Het gebeuren

Zowel de radioloog [op 12 januari 2016] als de internist  [op 1 februari 2016] van het ziekenhuis hebben geconstateerd dat  op de CT scan geen lymfkliervergroting te zien was. Achteraf ten onrechte. De patiënt blijkt kanker te hebben. Het ziekenhuis heeft aansprakelijkheid erkend voor de verkeerde uitslag. Vast staat dat de artsen niet hebben gehandeld zoals dat van een redelijk handelend en redelijk bekwaam arts mag worden verwacht.  Het geschil gaat hier ook niet over.

De vraag is nu echter welke gevolgen het handelen van de artsen hebben voor de patiënt.  

Vragen die van belang zijn:
  • Om welk soort tumor ging het,
  • het stadium van de kanker,
  • het moment waarop, als de medische fout niet was gemaakt, de diagnose gesteld kon worden,
  • als de medische fout niet was gemaakt welke behandeling dan plaats had kunnen vinden,
  • wat de overlevingskansen dan waren geweest.

Een gerechtelijk deskundige beoordeelt deze vragen.

Conclusie deskundige

Het betreft hier een vorm van longkanker en helaas een snelgroeiende tumor. Er was al sprake van uitzaaiingen, stadium IIIb. De diagnose had echter zonder medische fout al gesteld kunnen worden op 4 februari 2016. Nu het om een snelgroeiende tumor ging is de tijd van groot belang. Chemoradiotherapie had al op 4 februari 2016 gestart kunnen worden.

Verwachte resultaat chemoradiotherapie  zonder medische fout

Helaas is de patiënt op 20 maart 2016 overleden als gevolg van een verstikking. Volgens de deskundige had door een tijdige behandeling dit voorkomen kunnen worden. Immers als de juiste behandeling tijdig was gestart zou de tumor geslonken zijn. Hierdoor zou de tumor ook niet meer drukken op de bloedvaten en luchtwegen.

Volgens de deskundige zou de patiënt ook overlevingskansen hebben gehad als de diagnose gelijk goed was gesteld. De deskundige verwijst naar een tabel waarin de overlevingskansen beschreven staan bij soortgelijke diagnoses.

Beslissing rechtbank

De rechtbank beslist dat indien door de betrokken artsen juist was gehandeld de patiënt:

-later dan op 20 maart 2016 overleden was;

-in de periode tot 20 maart 2016 minder ernstig en minder lang pijn zou hebben geleden;

-niet op 20 maart 2016 aan een verstikkingsdoor zou zijn overleden;

-overlevingskansen zou hebben gehad overeenkomstig de door de deskundigede overlegde tabel.

Het ziekenhuis is daarom gehouden de overlijdensschade aan de nabestaanden te vergoeden.

Het betreft dan een percentage van de schade op basis van de percentages uit, de door de deskundige overlegde, tabel.  

Volledige uitspraak: ECLI:NL:RBAMS:2021:7357

Edith de Koning
Edith de Koning-Witte