Gevolgen gemiste diagnose kanker

Zou patiënt overlevingskansen hebben gehad indien hij juist was behandeld door zijn artsen?

Onzorgvuldig handelen van de arts staat vast, namelijk het missen van de diagnose longkanker met uitzaaiingen. Maar wat waren de gevolgen hiervan?

Nabestaanden stellen dat het ziekenhuis gehouden is tot betaling van de overlijdensschade conform het percentage aan overlevingskans.

Het gebeuren

Zowel de radioloog [op 12 januari 2016] als de internist  [op 1 februari 2016] van het ziekenhuis hebben geconstateerd dat  op de CT scan geen lymfkliervergroting te zien was. Achteraf ten onrechte. De patiënt blijkt kanker te hebben. Het ziekenhuis heeft aansprakelijkheid erkend voor de verkeerde uitslag. Vast staat dat de artsen niet hebben gehandeld zoals dat van een redelijk handelend en redelijk bekwaam arts mag worden verwacht.  Het geschil gaat hier ook niet over.

De vraag is nu echter welke gevolgen het handelen van de artsen hebben voor de patiënt.  

Vragen die van belang zijn:
  • Om welk soort tumor ging het,
  • het stadium van de kanker,
  • het moment waarop, als de medische fout niet was gemaakt, de diagnose gesteld kon worden,
  • als de medische fout niet was gemaakt welke behandeling dan plaats had kunnen vinden,
  • wat de overlevingskansen dan waren geweest.

Een gerechtelijk deskundige beoordeelt deze vragen.

Conclusie deskundige

Het betreft hier een vorm van longkanker en helaas een snelgroeiende tumor. Er was al sprake van uitzaaiingen, stadium IIIb. De diagnose had echter zonder medische fout al gesteld kunnen worden op 4 februari 2016. Nu het om een snelgroeiende tumor ging is de tijd van groot belang. Chemoradiotherapie had al op 4 februari 2016 gestart kunnen worden.

Verwachte resultaat chemoradiotherapie  zonder medische fout

Helaas is de patiënt op 20 maart 2016 overleden als gevolg van een verstikking. Volgens de deskundige had door een tijdige behandeling dit voorkomen kunnen worden. Immers als de juiste behandeling tijdig was gestart zou de tumor geslonken zijn. Hierdoor zou de tumor ook niet meer drukken op de bloedvaten en luchtwegen.

Volgens de deskundige zou de patiënt ook overlevingskansen hebben gehad als de diagnose gelijk goed was gesteld. De deskundige verwijst naar een tabel waarin de overlevingskansen beschreven staan bij soortgelijke diagnoses.

Beslissing rechtbank

De rechtbank beslist dat indien door de betrokken artsen juist was gehandeld de patiënt:

-later dan op 20 maart 2016 overleden was;

-in de periode tot 20 maart 2016 minder ernstig en minder lang pijn zou hebben geleden;

-niet op 20 maart 2016 aan een verstikkingsdoor zou zijn overleden;

-overlevingskansen zou hebben gehad overeenkomstig de door de deskundigede overlegde tabel.

Het ziekenhuis is daarom gehouden de overlijdensschade aan de nabestaanden te vergoeden.

Het betreft dan een percentage van de schade op basis van de percentages uit, de door de deskundige overlegde, tabel.  

Volledige uitspraak: ECLI:NL:RBAMS:2021:7357

Edith de Koning
Edith de Koning-Witte

Val van operatietafel

Ziekenhuis aansprakelijk, fout OK-medewerkers of gebrekkig hulpmiddel?

In 2017 heeft een patiënte een operatie ondergaan onder algehele narcose. Aan het eind van de operatie, terwijl patiënte nog onder narcose was, is zij van het matras op de grond gevallen en liep hierbij letsel op.

De casus

Patiënte is geopereerd door een orthopedisch chirurg onder algehele narcose. Bij de operatie is gebruik gemaakt van een operatiematras. Een dergelijk matras wordt vacuüm gezogen om de patiënt op de operatietafel te stabiliseren en in de juiste operatiepositie te houden. Na de operatie, terwijl patiënte nog volledig onder narcose was, is zij van de matras gegleden en op de grond terecht gekomen.

Blijkbaar was het operatiematras tijdens de operatie niet vacuüm gebleven en is zacht geworden. Hierdoor verloor het matras de stabiliserende werking.

Aansprakelijkstelling

De patiënte stelt het ziekenhuis aansprakelijk:

  1. Op basis van gebruik van een ondeugdelijk hulpmiddel [het betreffende matras], waarvoor het ziekenhuis risico aansprakelijk is.
  2. Op basis van de stelling dat het matras tijdens de operatie door een handeling van het OK personeel per ongeluk lek is gestoken.

Er zijn aldus 2 scenario’s.

Verweer ziekenhuis

Het ziekenhuis stelt:

  1. Er is geen letsel opgelopen.
  2. Toedracht van het incident staat niet vast, nader onderzoek is noodzakelijk.
  3. OK medewerkers hebben gehandeld op een manier die van een redelijk handelend zorgverlener onder gelijke omstandigheden mocht worden verwacht.
  4. Er is een goed en betrekkelijk nieuw matras gebruikt. Dat deze achteraf defect bleek, wat niet op voorhand kon worden gezien, is evenmin een reden om onzorgvuldig handelen aan te nemen.

Beoordeling rechtbank

Dat er discussie is over wel of niet opgelopen letsel staat niet in de weg om tot een oordeel te komen inzake de aansprakelijkheid.

De rechtbank stelt voorop dat er een behandelingsovereenkomst is tussen [de medewerkers van] het ziekenhuis en patiënte. Op het ziekenhuis rust een centrale aansprakelijkheid voor tekortkomingen van haar medewerkers.

Ook al staat de toedracht niet exact vast. De oorzaak van de val is gelegen in het feit dat de operatiematras onbedoeld niet vacuüm is gebleven. De rechtbank behandelt de 2 scenario’s.

Scenario A

Indien er sprake is geweest van het scenario dat het matras per ongeluk is lek gestoken is het ziekenhuis aansprakelijk.

Alhoewel niet uit onderzoek blijkt dat het matras lek is geraakt door toedoen van OK medewerkers, bv met een scherp voorwerp per abuis lek gestoken, is de rechtbank van mening dat er sprake is van een toerekenbare tekortkoming van de OK medewerkers. Overigens hebben medewerkers van het ziekenhuis het matras weggegooid zodat onderzoek ook niet [meer] mogelijk is.

Scenario B

Voor gebruik van een ondeugdelijk medisch hulpmiddel is het ziekenhuis aansprakelijk. Het betreffende matras was immers ongeschikt nu het niet voldeed aan de eisen die men daaraan mag stellen [stabilisatie]. De toerekening van het gebruik van het ondeugdelijk operatiematras rekent de rechtbank toe aan het ziekenhuis.

– het ziekenhuis heeft het matras geselecteerd en ingekocht. Het ligt dan ook in haar risicosfeer.
– het ziekenhuis was in staat om het matras op een afdoende manier te controleren.
– het ziekenhuis kan regres halen op de leverancier.
– tevens is van belang dat het ziekenhuis tegen een aansprakelijkheid als het onderhavige zich heeft verzekerd.

Aldus de rechtbank.

Conclusie

Het ziekenhuis is dus linksom of rechtsom aansprakelijk voor eventueel uit het incident voortvloeiende schade, alhoewel scenario A niet vast staat en de rechtbank inzake het gebruik van een ongeschikt hulpmiddel, de patiënt ook naar de producent had kunnen verwijzen conform de uitspraak van de Hoge Raad in 2020 inzake het gebruik van een medisch ongeschikt hulpmiddel.

Volledige uitspraak: ECLI:NL:RBAMS:2021:7281

Edith de Koning
Edith de Koning-Witte

Haantjesgedrag op de snelweg veroorzaakt letselschade

Helaas raakt een geheel onschuldige partij gewond in het verkeer door het haantjesgedrag op de snelweg. Helaas zien we steeds meer ‘korte lontjes’ in het verkeer, met materiële schade als gevolg maar ook vaak letselschade.

De automobilist in deze zaak, die volgens het oordeel van de rechtbank voor 70% aansprakelijk is, is doorgereden en kon niet meer achterhaald worden.

De casus

Op de snelweg week een bestuurder van de Opel, die op de meest linker rijstrook reed, naar rechts uit nu hij werd gesneden door de bestuurder van een Volvo. Door deze uitwijkmanoeuvre van de Opel werd een Ford Transit geraakt. De bestuurster van deze Ford  kon haar auto onder controle houden, maar liep wel letsel op.

Getuigen

Er zijn veel getuigen nu meerdere auto’s op de snelweg tot stilstand  kwamen vanwege de situatie. Uit de verklaringen blijkt o.a. dat de  bestuurder van de Volvo de bestuurder van de Opel rechts had ingehaald en hierbij de bestuurder van de Opel had gesneden.

Echter de bestuurder van de Opel gaat ook niet vrijuit. Volgens getuigen reed hij met een in ieder geval behoorlijk boven de  toegestane snelheid. Ook was hij eerder aan het bumperkleven op de Volvo.

Oordeel rechter

Op basis van de verklaringen gaat de rechter ervan uit dat de bestuurder van de Volvo een verkeersfout heeft gemaakt door de Opel rechts in te halen, zonder richting aan te geven van rijstrook wisselen en daarbij de Opel heeft gesneden.

Echter ook de bestuurder van de Opel reed te hard en heeft hierdoor ook bijgedragen aan de totstandkoming van het ongeval. Als de bestuurder van de Opel zich aan de maximum snelheid had gehouden zou hij even snel hebben gereden als de bestuurster van de Ford. In dat geval had hij na het afsnijden door de Volvo probleemloos kunnen uitwijken naar de middelste rijstrook. De bestuurster van de Ford zou dan immers voor hem en niet naast hem hebben gereden.

De rechter oordeelt dat de Volvo voor 70% heeft bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval en voor 30% heeft de bestuurder van de Opel bijgedragen aan het ongeval.

Nu de bestuurder van de Volvo nooit is achterhaald zal het Waarborgfonds de letselschade van de vrouw regelen, waarbij dus 30% ten laste komt voor de verzekeraar van de bestuurder van de Opel.

Strafrecht

Het is onduidelijk of partijen [in dit geval de bestuurder van de Opel, nu de bestuurder van de Volvo niet meer was te achterhalen] strafrechtelijk zijn vervolgd.

Immers bumperkleven, het te dicht op een voorganger rijden, is strafbaar gesteld [art. 19RVV].

Bij de strafoplegging is de afstand tot de voorganger, maar ook de gereden snelheid relevant voor het bepalen van de strafmaat. Daarnaast speelt ook een rol of er sprake is van het veroorzaken van een ernstig ongeval.

Edith de Koning
Edith de Koning-Witte

Volledige uitspraak: ECLI:NL:RBDHA:2020:12575

Bestuurder of niet?

Vier mannen komen van een voetbalwedstrijd. Zij hebben allen alcohol en cocaïne genuttigd. De voetbalvereniging stelt een busje beschikbaar om naar huis te rijden. Niemand draagt de gordel.

Een van de mannen, de voormalig trainer, wil onderweg afgezet worden. De bestuurder reageert hier echter niet op en de voormalig trainer trekt aan de handrem. Het busje gaat spinnen. Het voertuig raakt een betonnen paal en komt tot stilstand tegen een andere betonnen paal.

Gevolgen

De bestuurder en bijrijder vliegen uit het busje. De bijrijder komt hierbij om het leven. De bestuurder loopt zwaar hersenletsel op. Hij kan niet meer werken en wordt onder bewind gesteld. Hij vordert zijn schade op basis van de WAM verzekering [Wet Aansprakelijkheid Motorrijtuigen]. Ook verzoekt hij om vergoeding op grond van de Schade Verzekering Inzittenden.

De verzekeraar wijst dekking op de WAM verzekering af op grond van art. 4 lid 1 WAM;

De verzekering behoeft niet de aansprakelijkheid voor schade te dekken toegebracht aan de bestuurder van het motorrijtuig dat het ongeval veroorzaakt.”

De verzekeraar kent evenmin dekking op de Schade Verzekering Inzittende toe nu er sprake is van alcoholgebruik. Dit is een van de uitsluitingen op de Schade Verzekering Inzittende polis.

De bestuurder verzoekt vervolgens aan de rechtbank vaststelling van aansprakelijkheid van de WAM verzekeraar van het busje en dekking op de Schade Verzekering Inzittenden.

Oordeel Rechtbank

De rechter oordeelt dat de uitzondering van de WAM artikel 4  lid1 niet opgaat in deze. De man achter het stuur hield namelijk op bestuurder te zijn op het moment dat de voormalig trainer aan de handrem trok. Op dat moment hield de macht over het stuur op voor de bestuurder.

De verzekeraar moet dus dekking verlenen op de WAM verzekering voor de letselschade van de bestuurder.

Het verzoek inzake dekking op de SVI kan niet in een deelgeschil behandeld worden, aldus de rechter.

[In principe is dat thans ook overbodig nu er dekking is op de WAM polis.]

Alcohol/cocaïne gebruik

Het middelengebruik van verzoeker [bestuurder] is niet de oorzaak van het ongeval. Dat is uitsluitend het trekken aan de handrem door de voormalig trainer. Dus het middelengebruik heeft geen gevolg voor de aansprakelijkheid/eigen schuldpercentage.

Geen gordel

Het feit dat verzoeker geen gordel droeg is wel mede oorzaak voor het letsel en de rechter past een korting toe van 25% op de schadevergoeding. Op grond van billijkheid, in verband met het zeer ernstige letsel, wordt deze echter teruggebracht tot 15%.

Conclusie

-De verzekeraar zal aldus 85% van de schade van de bestuurder moeten vergoeden.

-Uit deze uitspraak blijkt dat een bestuurder ophoudt met bestuurder te zijn als een passagier aan de handrem trekt en hierdoor een ongeval wordt veroorzaakt.

-Gebruik van alcohol of verdovende middelen is alleen van belang indien dit gebruik het ongeval heeft veroorzaakt.

De bewijslast wordt veelal wel neergelegd bij degene die de alcohol heeft genuttigd. Hij/zij zal moeten bewijzen dat het ongeval ook was gebeurd als hij/zij geen alcohol en/of verdovende middelen had genomen. In dit geval oordeelt de rechter echter dat al is vast komen te staan dat het ongeval is veroorzaakt door het trekken aan de handrem. Het nuttigen van alcohol of verdovende middelen had geen invloed. Dit bleek ook in de strafprocedure [tegen de voormalig trainer]

Overigens is de voormalig trainer, als veroorzaker van het ongeval door de strafrechter veroordeeld tot 18 maanden cel en drie jaar rij ontzegging.

-Gedeeltelijke eigen schuld vanwege het niet dragen van de gordel kan nog bijgesteld worden als er sprake is van ernstig letsel.

Hier de volledige uitspraak.

Edith de Koning
Edith de Koning-Witte