Heb je recht op alimentatie als je niet meer samenwoont?

Er zijn Kamervragen gesteld of er iets gedaan kan worden aan het negatieve financiële aspect dat partijen, die enkel hebben samengewoond, na beëindiging van de samenleving hebben.

Mensen die getrouwd zijn hebben vaak goed geregeld of zij in gemeenschap van goederen gehuwd zijn of op huwelijksvoorwaarden. Daarbij komt dat de een vaak recht heeft op alimentatie.

Dat is anders als je ongehuwd gaat samenwonen.

Er kan een samenlevingsovereenkomst worden opgesteld voor het huwelijksvermogensregime, maar er bestaat geen recht op partneralimentatie. Uiteraard bestaat wel een recht op kinderalimentatie.

De ex-samenwoner komt er dus bekaaid van af. Vaak hoor ik als men uit elkaar gaat, dat dit ook een bewuste keuze is geweest om onafhankelijk van elkaar te blijven. Helaas zijn er ook stellen die vooraf niet goed hebben nagedacht wat de financiële consequenties zijn bij het uiteengaan na beëindiging samenwonen.

Er is nu aandacht voor in de politiek. Er zijn Kamervragen gesteld of het toch nodig is dat er een billijkheidsvergoeding kan worden toegekend. Na de vakantie gaan de Kamervragen behandeld worden en mogen we een reactie verwachten. Lees hier voor meer informatie.

Voorlopig geldt echter nog: geen recht op alimentatie.

Tip: bedenk goed hoe je het financieel wil regelen als je gaat samenwonen, ook als je nog met je hoofd stapelverliefd in de wolken loopt!

Liedeke Floris

Verdiencapaciteit ook aan de orde bij vaststellen kinderalimentatie

Ook bij het vaststellen van kinderalimentatie houdt de rechtbank rekening met een verdiencapaciteit, zowel aan de zijde van de vader als van de moeder. Dat er bij partneralimentatievaststelling rekening gehouden moest worden met een verdiencapaciteit was al langere tijd aan de orde.

Nu geldt dat ook bij het vaststellen van kinderalimentatie.

Dit heeft het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch onlangs beslist in een arrest. Klik hier om het volledige arrest te lezen.

In dit geval was een moeder al meerdere jaren afhankelijk van een bijstandsuitkering (uitkering o.g.v. Participatiewet) en stelde daarom dat zij niet of onvoldoende in staat was om meer inkomen te genereren.

De rechtbank oordeelde als volgt:

Moeder heeft wel aangetoond dat zij een uitkering ontvangt o.g.v. Participatiewet, maar heeft nagelaten te onderbouwen welke inspanningen zij (heeft) verricht om bijdrage te kunnen (gaan) leveren aan de behoefte van de kinderen. Haar enkele stelling dat zij al jarenlang een bijstandsuitkering ontvangt en fysieke beperkingen heeft is in dit verband niet voldoende. Ook van een ouder die een bijstandsuitkering ontvangt mag in beginsel worden verwacht zich in te spannen om eigen inkomsten te genereren.

Van belang is dus bij een kinderalimentatievraagstuk dat alle financiële gegevens naar boven komen, maar ook dat je als vader of moeder onderbouwt waarom je niet meer kan verdienen en een bijstandsuitkering geniet. Als dat onvoldoende wordt onderbouwd, kan de rechtbank een fictieve verdiencapaciteit aannemen.

Liedeke Floris

Jongmeerderjarigen en alimentatie: Hoe zit dat precies?

De tabellen van het NIBUD voorzien niet in de berekening van de behoefte van kinderen ouder dan 18 jaar. Voor de vaststelling van de behoefte van jongmeerderjarigen, meestal studerenden die onder de reikwijdte van de Wet Studiefinanciering (hierna: WSF) vallen, zijn nog geen maatstaven ontwikkeld.

Volgens de WSF bestaat het budget voor een student uit een normbedrag voor de kosten van levensonderhoud, een tegemoetkoming in de kosten van lesgeld dan wel het collegegeldkrediet, en de reisvoorziening. Voor de behoeftebepaling van studerende kinderen kan in het algemeen bij de WSF-norm (normbedrag voor de kosten van levensonderhoud, vermeerderd met het verschuldigde lesgeld of collegegeld) aansluiting gezocht worden, waarbij de student kan aantonen dat voor een bepaalde post een hoger budget nodig is. Verder kan rekening worden gehouden met de aanspraken die een student heeft op studiefinanciering.

De WSF kan de student onder voorwaarden aanspraak geven op een basisbeurs, een basislening, een aanvullende beurs of aanvullende lening en een collegegeldkrediet. Afhankelijk van het niveau van de opleiding zijn de basisbeurs en de aanvullende beurs een gift, of kunnen zij dat worden indien binnen de diplomatermijn van 10 jaren een diploma wordt gehaald (prestatiebeurs). Zowel voor de gift als de prestatiebeurs geldt dat deze als behoefte verlagend wordt aangemerkt. Van een student mag in redelijkheid worden verlangd dat binnen de genoemde termijn een diploma wordt gehaald. De basislening, de aanvullende lening en het collegegeldkrediet moeten wel altijd worden terugbetaald, zodat deze niet worden aangemerkt als behoefte verlagend.

 

 

Voor niet-studerende jongmeerderjarigen kan voor de berekening van de behoefte eveneens aansluiting gezocht worden bij het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud uit de WSF-norm, onder aftrek van de daarin begrepen studiekosten (boeken en leermiddelen).

Bij hoger onderwijs maakt de WSF-norm geen verschil tussen thuis- en uitwonende studenten. Ervan uitgaande dat een thuiswonende student in het hoger onderwijs bespaart op zijn woonlast, kan zijn behoefte worden verlaagd, bijvoorbeeld met een bedrag ter hoogte van de gemiddelde basishuur. Uit het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud wordt de jongmeerderjarige geacht ook diens premie voor de ziektekostenverzekering te voldoen. In dat normbedrag is al rekening gehouden met een ontvangen zorgtoeslag. Een eventuele zorgtoeslag hoeft dus niet nog afzonderlijk in mindering te worden gebracht.

Structurele eigen inkomsten van de jongmeerderjarigen kunnen wel in mindering worden gebracht op het normbedrag. In de rechtspraak wordt hier wisselend mee omgegaan.


Liedeke Floris

Wettelijke indexering alimentatie voor 2022 bekend!

De minister heeft de wettelijke indexering voor de alimentatie per 1 januari 2022 vastgesteld op 1,9%.

Deze alimentatie indexering is gebaseerd op de bruto bedragen. De berekening van de indexering geschiedt als volgt: neem het alimentatiebedrag van de partner- en/of kinderalimentatie van dit jaar en vermenigvuldig dit bedrag met het indexeringspercentage derhalve per 1 januari 2022 met 1,9%.

Bent u alimentatiebetaler dan dient u de indexering steeds toe te passen. U krijgt daarvan geen bericht. Indien u de indexering niet betaalt, kan uw ex-partner deze zelfs tot vijf jaar terug vorderen.

Vaak wordt gevraagd of de indexering verplicht is.

Ten aanzien van de kinderalimentatie is deze verplicht. Het is een dwingende maatregel. In onderling overleg kan dus van indexering over de kinderalimentatie niet worden afgezien of worden afgeweken.

Ten aanzien van de partneralimentatie kan wel worden afgezien van indexering of er kan een afwijkend percentage worden afgesproken. Die afspraken dienen te worden vastgelegd in een echtscheidingsconvenant.

Hebt u nog vragen over indexatie of andere vragen over alimentatie, neemt u dan gerust contact met ons op.

Liedeke Floris